Van je onderwijsvrienden moet je het hebben

Vooropgesteld, ik heb een alleraardigst contact met de onderwijswoordvoerder van zelfbenoemd onderwijspartij D66, de heer Paul van Meenen. Hij is gemakkelijk benaderbaar en gaat met plezier de dialoog aan. Dat mag je overigens ook van veel andere onderwijs woordvoerders zeggen, we leven in een mooi land dat men zo benaderbaar is en oprecht geïnteresseerd is in wat er in het veld speelt.

Nu met de presentatie van het onderwijsplan van D66 waarmee ze de verkiezing in gaan vraag ik me echter wel af door wie zij zich hebben laten leiden? En wie in het onderwijs ze nu willen vertegenwoordigen? Met name de financiële paragraaf lijkt als doel te hebben vooral een wig te drijven tussen bestuur enerzijds en de leerkrachten en directies anderzijds.


Niets gaat men uit de weg om de bestuurder te wantrouwen, het bestuur te framen als geldverkwistende en sparende 'koepel'. De satirisch bedoelde serie 'Luizenmoeder' wordt er zelfs als kloppend beeld bij gehaald.

Het geld moet rechtstreeks naar de scholen.

Eerst maar even over dat geld dat wordt opgepot. (204 miljoen in 2017). Dat bekt nog al lekker. Tweehonderdviermiljoen euro! Ik zal je voorlopig even uit een eerste droom helpen: met zo'n 6700 basisscholen is dit ruim 30.000€ per school. Nog steeds leuk geld, je hebt er ongeveer twee dagen per week een leerkracht voor. Ik kan me voorstellen dat je er een ander beeld bij had bij die 204 miljoen euro.


Maar afgezien daarvan steekt de onderwijspartij geen hand in eigen boezem. Immers het is bijkans onmogelijk om jaarlijks een nul-begroting te realiseren. We begroten op basis van aannames, hebben risico's te nemen, hebben frequent te maken met gewijzigde regelgeving (zoals recent een verplichte transitievergoeding bijvoorbeeld ook bij invallers) en juridisering bij disfunctioneren. En als de begroting dan al drie kwart op de rit is komt de overheid met een herindicatie. Dat betekent in veel gevallen dat er met terugwerkende kracht extra geld op onze bankrekening komt te staan waar dan ad-hoc nog even een bestemming voor moet worden gevonden. Ik kan u vast beloven: in 2019 heeft het onderwijs nog veel meer geld op de bank over gehouden: immers in december werd er pas een akkoord gesloten. Dat geld kon onmogelijk meer worden uitgegeven. En 2019 is dus geen uitzondering.


Nee, de onderwijspartij wijst graag naar 'de bestuurder'. De bestuurder die betaalt en dus bepaalt. En ik weet dat er enkele besturen zijn die gekke dingen doen. Maar dat zijn de uitzondering kan ik u beloven. D66 mag mij namelijk de voorbeelden geven van de meerderheid van de besturen die bepalen dat alle klassen uitgerust moeten worden met digiborden zonder instemming van directies en teamleden. (genoemd als voorbeeld in het plan). En men mag mij vertellen waar plotseling de financiële ruimte vandaan zou moeten komen om een extra conciërge aan te nemen of een vakleerkracht gym of een speeltoestel zoals zij in het plan benoemen.


Het plan is een ontzettende eenzijdige benadering van de financiering van het onderwijs. Door het geld rechtstreeks aan de scholen door te sluizen gaat men voorbij aan zomaar een aantal zaken.


  • Wat is de functie van een scholenstichting wanneer er geen collectief financieel kader is? Hoe zorgen we bijvoorbeeld voor personeel dat in de frictie van de formatie zit? Hoe kan een enkele school de risico's van het personeel (ziekteverzuim en ontslag) opvangen wanneer men niet terug kan vallen op een collectief budget?


  • Hoe kan de schooldirecteur de vaak (door de overheid) ingewikkelde bekostiging in goede banen leiden? Hoeveel schooldirecteuren willen dit op hun bordje er bij krijgen? Moet ik voor de collectieve verzekeringen jaarlijks een rondje langs de scholen doen? Wie doet er mee?


  • Hoe zit het met de governance? Is een bestuur überhaupt nog ergens verantwoordelijk voor maar ontbreekt het dus aan financiële middelen? Met dank aan het collectief kan ik nu namelijk minder goed functionerende scholen extra ondersteunen. Zijn deze scholen in het plan van D66 afhankelijk van de goede contacten met hun collega directeuren als zij de hand ophouden? En hoe kan ik als bestuurder dan eindverantwoordelijk zijn en verantwoordelijkheid afleggen naar de inspectie?


  • Vindt D66 nog steeds dat een stichting een beleidsplan dient op te stellen, verantwoordelijkheid dient af te leggen over de behaalde resultaten maar daar geen financiele middelen voor dient te krijgen? Geen budget voor nascholing op stichtingsniveau of extra ondersteuning in de realisatie van passend onderwijs?


  • Is D66 op de hoogte dat zo'n 85% van alle financiële middelen rechtstreeks naar salaris wordt uitgekeerd? Wil men die andere 15% dus aan de vrijheid van leerkrachten en ouders overlaten om daarmee bijvoorbeeld de staat van de gebouwen te kunnen borgen (uitvoering van het meerjaren onderhoudsplan), ict voorzieningen op orde te houden, goede collectieve contracten voor printers en schoonmaak af te sluiten? Zaken die nu bij het bestuur zijn weggelegd, die grote financiele risico's kennen. Dat wordt dus voortaan bij de leerkrachten en ouders neergelegd? (en met droge ogen beweren dat de werkdruk voor leerkrachten hierbij wordt verlaagd)


  • Is D66 op de hoogte dat de begroting jaarlijks wordt goedgekeurd door de Gemeenschappelijke Medezeggenschaps Raad? Waarom wekt men dan de schijn dat er nu geen enkele inspraak is met betrekking tot de financiering van de scholen? Is dat niet een verkeerde voorstelling van zaken?


Ergens tussen de regels door lees ik dat D66 vindt dat besturen veel te veel zijn uitgedijd en dat het bestuur weer terug naar de werkvloer moet. Met het eerste ben ik het volledig eens. Het gros aan kwaliteitsmedewerkers en stafbureaumedewerkers op bepaalde bestuurskantoren is in de afgelopen jaren fors uitgebreid naar mijn mening. Of dit heeft geleid tot kwaliteitsverbetering van het onderwijs waag ik te betwijfelen. Maar of een totale herziening van de onderwijsfinanciering nu een oplossing voor dit probleem is? Ik denk het niet. Misschien moet D66 eerst eens onderzoek doen bij het werkveld, hoe zij hier tegenaan staan te kijken. Willen zij de verantwoordelijkheid voor financiën, gebouw, beheer krijgen?

Zien zij het bestuur inderdaad als geldopslurpende macht of zien zij vooral de voordelen?

Ik nodig Rob en Paul van harte uit om een eerste onderzoek bij onze scholen uit te voeren en zal hun aanbevelingen van harte aannemen.


(En laat dit artikel vooral een artikel zijn om je uit te nodigen tot een dialoog. Leerkracht, directeur, bestuurder. Wat denken jullie? Dit artikel is niet uitputtend in de voorbeelden.)


Geschreven door Jeroen Goes

Voorzitter CvB Fluvium openbaar onderwijs




  • White Facebook Icon
  • White Instagram Icon

© 2020 VMBO-docent