POVO project

POVO project

’s Ochtends voor de klas op een middelbare school en ’s middags een paar uur Engels op een basisschool. Het idee van initiatiefnemer Hermen Schotanus Blok krijgt veel bijval. Niet alleen van de hybride docenten, maar ook van leerlingen en schoolbesturen. De pilot in Rotterdam was een succes. Nu verdient deze onorthodoxe POVO-aanpak landelijk brede navolging.    

Je kunt Hermen  (35) gerust een pionier in het onderwijs noemen. Al meer dan drie jaar zet hij zich onvermoeid in om de kloof tussen po en vo te verkleinen.  Daarbij laat hij zich niet afschrikken door barrières, zoals regels, roosters of salaris.  Van zijn werkgever, LMC Voortgezet Onderwijs in Rotterdam, krijgt hij alle ruimte om leraren uit het vo te detacheren bij basisscholen. Met steun van het Arbeidsmarktplatform PO coördineerde hij in het schooljaar 2018-2019 een pilot bij Rotterdamse basisscholen. De ervaringen zijn zo positief dat Hermen kansen ziet voor de rest van Nederland. 

Vraag en aanbod “Veel mensen weten niet dat docenten bevoegd zijn om hun eigen vak zowel in het vo als het po te geven,” vertelt Hermen Schotanus Blok. “Het begon met de doorstroom van leerlingen naar de onze scholen in Rotterdam-Zuid, die was onvoldoende. Toen maakte ik een ronde langs basisschooldirecteuren en die vroegen telkens of ik nog mensen wist die interesse hadden om daar te werken. Tegelijk zag ik binnen het vo dat er op vacatures voor bijvoorbeeld geschiedenis en maatschappijleer steeds dik twintig geïnteresseerden afkwamen.” Er was dus vraag en aanbod. Hermen ontwikkelde een manier waarmee hij vo-docenten kan detacheren in het po. Dat hij voor een grote organisatie werkt met 23 vestigingen voor voortgezet onderwijs in Rotterdam en één in Spijkenisse, was handig. In totaal bestaat de poule uit 1000 docenten. 

Succesvolle pilot “Ik vroeg wie er interesse had om zijn eigen vak in het po te geven,” vervolgt hij. “Daar kwamen dertig enthousiaste reacties op. Uiteraard hebben we een screening gedaan; niet iedereen is het geschikt voor het basisonderwijs. Wie geen orde kan houden in het vo, lukt dat ook niet in het po. Vorig jaar namen we deel aan een pilot voor Innovatieve oplossingen lerarentekort van het Arbeidsmarktplatform PO. Met veertien docenten gingen we van start bij vijf Rotterdamse basisscholen. In dertien gevallen was dat een succes.” De vo-docenten geven les aan de groepen 6, 7 en 8 in het po. Het gaat om de vakken Engels, aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer, beeldende vorming, biologie en sport. “Het is bijvoorbeeld veel efficiënter als één docent drie keer geschiedenis geeft in groep 8 dan dat de eigen leerkracht dat doet. Natuurlijk, in het vo zijn ook tekorten, al zijn die kleiner en vooral voor wiskunde, natuurkunde en Duits. Docenten in andere vakken met een deeltijdbaan kunnen hun uren aanvullen in het po. Het vraagt wel om een mentaliteitsverandering. Het onderwijs is nu erg dichtgetimmerd met regels en gewoontes. Dat geldt ook voor de Pabo-opleiding. Ook het verschil in salaris tussen vo en po helpt niet.”

Een dag per week De POVO-aanpak heeft volgens Blok voornamelijk voordelen.  “Ik noem het een win-win-win-situatie: voor de docenten, de leerlingen en de schoolbesturen. Vo-docenten krijgen een andere blik op basisschoolleerlingen. Ze zien dat die al veel kunnen en dat de onderlinge verschillen soms groot zijn. Dat vraagt om een andere manier van lesgeven. Ook leren ze dat ze in het vo meer kunnen differentiëren. Het overgrote deel van de vo-docenten wil niet overstappen naar het po; ze geven het liefst hun eigen vak. Maar een halve of hele dag per week trekt velen wel. Bovendien zou volledig overstappen op diplomaproblemen stuitten, dat voorkomen we op deze manier. De po-leerkrachten worden ontlast. Zij kunnen het uur dat hun leerlingen geschiedenis krijgen van de vakdocent bijvoorbeeld besteden aan nakijken.”  Blok merkt dat vooral jonge docenten en mannen openstaan voor deze nieuwe manier van werken. “Het past bij de huidige samenleving om meerdere banen naast elkaar te hebben. Veel mannen zijn, net als ik, op de Pabo afgeknapt door het kleuterverhaal. Werken in de bovenbouw vinden sommigen wel leuk. Net als mensen nu een sportaantekening halen, zou dat ook kunnen voor vakken als aardrijkskunde en biologie.” 

Minder harde knip “De reacties van de basisschoolleerlingen zijn super,” zegt hij. “Ze vinden het hartstikke leuk om een vakdocent voor zich te hebben. De specialisten zijn vaak heel enthousiast over het onderwerp. Ook zorgt een nieuw iemand voor de klas voor afwisseling. Van docenten horen we soms terug dat er leerlingen zijn die graag willen weten op welke middelbare school zij werken, daar wil die leerling dan naar toe. Na de basisschool is er nu een harde knip. Met vakdocenten wennen leerlingen aan meerdere gezichten en aan een andere manier van les krijgen, hierdoor is de overgang naar de middelbare school minder groot is.” Hermen ziet dat alle partijen baat hebben bij een nauwere samenwerking tussen po en vo. Waar hij bij bestuurders van basisscholen soms tegenaan loopt, is dat de nood zo hoog is dat ze direct een kant-en-klare leerkracht nodig hebben.  “Het lerarentekort zorgt regelmatig voor kortetermijndenken. Dat is jammer, want voor kwaliteit en innovatie is meer nodig. Dit POVO-project is geen quick fix; je kunt het beter met zijinstroom vergelijken. Dat vraagt ook om tijd en energie. Voor de toekomst is het goed om meerdere wegen te bewandelen.” 

Droom Het enthousiasme waarmee hij drie jaar geleden begon, is er nog steeds. Zijn aanpak wordt met belangstelling gevolgd door het ministerie, koepelorganisaties, bestuurders en de media. Er verscheen artikelen in onder meer Trouw en Blok sprak bijvoorbeeld op een HRM-congres. In april 2019 ontving hij in Rotterdam een delegatie van tien medewerkers van OCW. Het gaat hem echter niet snel genoeg. “Je wilt natuurlijk het liefst dat minister Slob zegt: dit gaan we overal doen. De mensen van OCW waren heel enthousiast, maar voor verandering is veel tijd nodig.” Als Blok even hardop droomt, ziet hij voor zich dat po-scholen gewoon vacatures voor vakdocenten uitzetten bij het vo. En ook dat de roosters in het po veranderen: met ’s ochtends een vaste leerkracht en ’s middag vakdocenten.  “Het extra geld voor onderwijs is mooi, daar ben ik blij mee. Al is de eerste reflex van besturen om dat te besteden aan extra onderwijsassistenten. Ik daag mensen uit om ook verder te kijken en de POVO-aanpak een kans te geven. Dat zorgt weliswaar niet direct voor ontlasting, maar werkt wel op de lange termijn.” 

Masterclass POVO Hermen is op dit moment werkzaam als projectleider bij de LMC Academie. Hij is ook heel actief op social media. Zijn Facebookpagina met de naam VMBO-docent heeft 59.000 volgers. Daar deelt hij nieuws over het onderwijs en plaatst hij filmpjes, bijvoorbeeld van de staking in november, waar hij onder anderen Jesse Klaver interviewde. Op Instagram (35.000 volgers) maakt hij onder dezelfde naam grappen over het onderwijs. Hij is beschikbaar om aan geïnteresseerde directeuren en besturen een masterclass POVO te geven.  “Dan kom ik een dag langs en leg ik alles uit over de manier van werken en de contracten. Het meest geschikt zijn grotere schoolorganisaties met zowel po- als vo-scholen. Maar wij hebben alleen vo en dat is ook gelukt.” 

Wie meer wil weten kan contact opnemen met Hermen via hblok@lmc-vo.nl


Tekst geschreven door Caroline Ludwig

Foto gemaakt door Roel Dijkstra


Vergeet niet een kijkje te nemen in de webshop.

  • White Facebook Icon
  • White Instagram Icon

© 2020 VMBO-docent